Ga naar inhoud

Frankrijk en het Rafale-gevechtsvliegtuig zijn een contract van €3,2 miljard misgelopen na een onverwachte ommezwaai van Colombia.

Een man wijst naar een document op tafel met een modelstraaljager, kleine vliegtuigen en vlaggen op de achtergrond.

De finishlijn vertelde een ander verhaal.

Colombia heeft zich teruggetrokken uit een bijna afgeronde deal voor Franse Rafale-gevechtsvliegtuigen en heeft in plaats daarvan gekozen voor de Zweedse rivaal Saab. Daarmee laat Bogotá een goedkoper Frans aanbod varen ten gunste van de Gripen en jaagt het een schokgolf door Europa’s defensie-industrie.

Een miljard-eurozwaai die Parijs niet zag aankomen

Al in 2022 plaatsten Colombiaanse functionarissen de Franse Rafale openlijk bij de topkandidaten om de vier decennia oude, in Israël gebouwde Kfir-jets te vervangen. De onderhandelingen vorderden, technische teams reisden af, en diplomaten aan beide kanten spraken in stilte alsof de deal bijna rond was.

Op tafel lag een Frans pakket dat naar verluidt ongeveer € 2,96 miljard waard was voor een eskader Rafale multirole gevechtsvliegtuigen en bijbehorende ondersteuning. Voor fabrikant Dassault Aviation was het een belangrijke kans in Latijns-Amerika, een regio waar het toestel nog geen vaste voet aan de grond heeft gekregen.

In plaats van te tekenen bij Frankrijk, besloot Bogotá meer geld uit te geven – ongeveer € 3,2 miljard – aan 16 Saab JAS 39 Gripen-gevechtsvliegtuigen.

De beslissing betekent dat Dassault niet alleen een zeldzame toegang tot een nieuwe markt misloopt, maar ook een lange nasleep aan onderhoud, upgrades en mogelijke vervolgorders die doorgaans aan een eerste contract vastzitten.

Waarom Colombia ervoor koos meer te betalen

Op papier spelen Rafale en Gripen in een vergelijkbare klasse: moderne, multirole gevechtsvliegtuigen voor luchtverdediging, grondaanvallen en verkenning. Toch suggereert Colombia’s uiteindelijke keuze dat prijs slechts één onderdeel was van een complexere afweging.

Sleutelfactoren achter Bogotá’s keuze

  • Industriële samenwerking: De Gripen heeft een reputatie van royale technologieoverdracht, met name met Brazilië, dat toestellen lokaal assembleert en samen met Saab varianten ontwikkelt.
  • Exploitatiekosten: Defensie-analisten wijzen vaak op de relatief lage operationele kosten per vlieguur van de Gripen, een belangrijke factor voor landen met krappe, langjarige defensiebudgetten.
  • Regionale afstemming: Kiezen voor hetzelfde platform als Brazilië kan deuren openen voor gezamenlijke training, logistiek en regionale oefeningen.
  • Politieke en strategische signalen: Een partnerschap met Zweden stelt Colombia in staat zijn defensierelaties te diversifiëren, voorbij traditionele leveranciers zoals de VS en Israël, en ook voorbij een groeiende Franse voetafdruk in India en het Midden-Oosten.

Hoewel het Franse aanbod vooraf goedkoper was, lijken Colombiaanse functionarissen prioriteit te hebben gegeven aan langetermijnflexibiliteit en industriële partnerschappen, zelfs tegen een hogere prijs op papier.

De beslissing is minder een afwijzing van Franse technologie dan een gok op een strategisch partnerschap op lange termijn met Stockholm.

Heeft de Rafale nog steeds aantrekkingskracht?

De Colombiaanse tegenslag heeft in Parijs onvermijdelijk vragen opgeroepen over of de aantrekkingskracht van de Rafale afneemt. Het korte antwoord op basis van verkoopcijfers: niet echt.

Frankrijk blijft een van de weinige landen die zelfstandig een modern gevechtsvliegtuig kunnen ontwerpen en exporteren. De Rafale is het vlaggenschip van die capaciteit. Sinds de indienststelling zijn meer dan 500 toestellen geproduceerd of besteld, waarvan ongeveer 234 bestemd voor de Franse strijdkrachten en circa 273 voor export.

Het toestel boekte recent grote successen. India heeft al 36 Rafales in zijn luchtmacht opgenomen en stemde in april in met een aparte deal voor 26 maritieme Rafales voor vliegdekschipoperaties. Andere kopers zijn Egypte, Qatar, Griekenland en Kroatië, waardoor het toestel een van de sterkste performers is in Frankrijk’s defensie-exportportfolio.

Ondanks het verlies van Colombia blijft de Rafale het best verkochte Franse wapensysteem in het buitenland, met een orderboek dat ver in het volgende decennium doorloopt.

Dat gezegd hebbende blijven sommige onderhandelingen kwetsbaar. Een Indiaas voorstel voor een extra batch van ongeveer 40 Rafales voor de luchtmacht kreeg te maken met binnenlandse politieke controle en budgettaire druk-een herinnering voor Dassault dat geen enkele deal zeker is tot de handtekeningen droog zijn.

Rafale vs Gripen: twee verschillende filosofieën

Onder de rivaliteit liggen twee contrasterende ontwerp- en exportstrategieën.

Aspect Rafale (Frankrijk) Gripen (Zweden)
Rol Zwaardere multirole jager, geschikt voor vliegdekschepen Lichtgewicht multirole jager
Exploitatiekosten Hoger, geschikt voor rijkere luchtmachten Lager, gericht op kleinere en middelgrote budgetten
Exportmodel Kant-en-klare capaciteit, met selectieve technologieoverdracht Ruime technologieoverdracht, aanbiedingen voor lokale assemblage
Opvallende kopers India, Egypte, Qatar, Griekenland, Kroatië Brazilië, Hongarije, Tsjechië, Zuid-Afrika, Colombia (nieuw)

Landen die prioriteit geven aan pure prestaties, nucleaire afschrikkingsrollen of vliegdekschipoperaties kijken vaak naar de Rafale. Landen die een capabel maar goedkoper toestel zoeken, gekoppeld aan diepe industriële deelname, kunnen het Zweedse aanbod aantrekkelijker vinden.

Een herinnering hoe kwetsbaar defensiemegadeals zijn

Voor Frankrijk is het Colombiaanse verlies pijnlijk, maar niet van dezelfde orde als de Australische onderzeeër-ommekeer in 2021, toen Canberra een gigantische deal voor conventionele onderzeeërs met Naval Group opzegde ten gunste van nucleair aangedreven onderzeeërs onder het AUKUS-pact. Die beslissing sloeg een gat ter waarde van ongeveer 50 miljard Australische dollar in Frankrijk’s ambities voor marine-export en veroorzaakte een groot diplomatiek conflict.

Vergeleken met die saga is de zet van Bogotá een kleinere storm. Toch onderstreept het hoe snel politieke winden kunnen draaien, zeker in democratieën waar presidentiële termijnen kort zijn en defensiebeleid sterk verweven is met binnenlandse debatten.

Exportcampagnes duren vaak jaren en kunnen regeringen aan beide kanten overleven. Een nieuwe regering, een andere veiligheidsprioriteit of een wijziging in financieringsvoorwaarden kan maanden aan technische evaluaties in één kabinetsvergadering omverwerpen.

Wat dit betekent voor Frankrijk’s defensiepositie

Voor Parijs gaan jagerexporten om meer dan winst. Ze ondersteunen duizenden hooggeschoolde banen, financieren upgrades van binnenlandse vloten en verankeren strategische relaties in het buitenland. Het verlies van één contract betekent minder invloed en minder onderhoudscontacten in een sleutelregio.

Franse functionarissen zullen nu uitkijken naar andere kansen in Latijns-Amerika, waar verschillende luchtmachten verouderde vloten gebruiken. Landen zoals Argentinië, Peru of Mexico lanceren periodiek moderniseringsplannen, al stellen krappe budgetten die vaak uit.

Dassault en de Franse staat zullen waarschijnlijk ook extra inzetten op bestaande klantrelaties, met als doel huidige Rafale-operatoren om te vormen tot terugkerende kopers. Extra bestellingen uit India, Griekenland of de Golf kunnen het Colombiaanse verlies in aantallen gemakkelijk overtreffen, ook al vervangen ze de gemiste geografische voetafdruk niet.

De cijfers achter jagerdeals begrijpen

Het bedrag op de kop-€ 3,2 miljard in het geval van Colombia-dekt meer dan alleen de toestellen. Typische pakketten bundelen meerdere lagen van capaciteit:

  • vliegtuigen en motoren
  • wapens zoals lucht-lucht- en lucht-grondraketten
  • training voor piloten en technici
  • reserveonderdelen en logistieke infrastructuur
  • software, simulatoren en missieplanningshulpmiddelen
  • meerjarige onderhouds- en upgradeopties

Deze structuur verklaart waarom een iets duurder aanbod toch kan winnen als het langetermijnbesparingen op exploitatiekosten of diepere technologieoverdracht belooft. Voor een land als Colombia, dat een jagerfleet 30 of 40 jaar moet laten draaien, is de levensduurkost belangrijker dan de stickerprijs.

Waar kleinere luchtmachten naar kijken bij de aankoop van jets

Colombia’s keuze weerspiegelt de afwegingen waarmee veel middelgrote landen te maken krijgen wanneer ze gevechtsvliegtuigen kopen. Ze balanceren prestaties tegen betaalbaarheid, onafhankelijkheid tegen alliantiepolitiek, en kortetermijnbudgetten tegen langetermijnverplichtingen.

Sommige regeringen geven prioriteit aan interoperabiliteit met bondgenoten, waardoor in de VS gebouwde F-16’s of F-35’s aantrekkelijk zijn. Andere hechten meer waarde aan een leverancier die verkoop minder sterk koppelt aan bredere geopolitieke voorwaarden, wat hen richting Zweden of Frankrijk stuurt. Technologieoverdracht, de belofte van lokale banen en de mogelijkheid om delen van het toestel in eigen land te bouwen, kunnen de doorslag geven, zelfs wanneer een concurrent goedkoper is.

Voor defensiewaarnemers is de Colombiaanse U-bocht een herinnering dat geen enkel vliegtuig, hoe succesvol ook, elke competitie kan winnen. Voor Frankrijk en Saab is het weer een ronde in een lange, hoogst competitieve strijd die het luchtruim voor de komende decennia mee vormgeeft.

Reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Laat een reactie achter